Je baby is 12 tot 16 maanden

DE ONTWIKKELING VAN JE BABY

  • En dan is je baby een jaar! Jonge kinderen tussen de een en anderhalf jaar krijgen steeds meer belangstelling voor alles wat er om hen heen gebeurt. Hun wereld wordt groter.
  • Je kind kan steeds meer zelf: zelf de sokken uittrekken of van een lepel eten. Ook wil het graag ‘helpen’. Met boodschappen uit de tas halen bijvoorbeeld.
  • Je kind kan kruipen en lopen. Het gaat zelf op onderzoek en verkenning uit. Daar heeft het het heel druk mee. Het is dan extra fijn om even rustig bij papa of mama op schoot te zitten en samen in een boek te kijken. Ook in een boek is veel te ontdekken over de wereld om je heen.
  • Je kind gaat woorden gebruiken. Het kan je met één woord al veel verschillende dingen duidelijk maken.

 

Je baby is 12 tot 16 maanden

VOORLEZEN

Aanwijzen, benoemen en praten
Jonge kinderen tussen de een en anderhalf jaar beginnen steeds meer te praten. Veel namen van dieren en voorwerpen uit de eigen omgeving kent je kind al, ook al zegt het ze nog niet allemaal zelf. Het weet dat alle dingen een naam hebben en wil die namen ook graag horen. Als je samen in een aanwijsboek kijkt, kun je voorwerpen aan je kind aanwijzen en benoemen. Er samen over praten is gezellig en breidt de woordenschat uit.
Geef je kind de kans om een plaatje goed te bekijken als het dat wil. Ook al is dat steeds hetzelfde plaatje. Het kijkt van het een naar het ander en ontdekt er steeds iets nieuws aan.
Bij het praten bij de platen kun je in je eigen woorden vertellen wat je ziet. Probeer ook of je kind de woorden in het boek begrijpt. Dan kun je voorlezen én vertellen.
Probeer verschillende woorden te gebruiken voor een plaatje. Een ‘hond’ is ook een ‘dier’ en misschien heeft de hond in het boek en naam. Zo gaat je kind begrijpen dat er verschillende woorden zijn voor hetzelfde ding. Misschien heb je zelf een hond. Betrek die er ook bij. Zo gaat je kind herkennen dat dingen uit het boek te maken hebben met de échte wereld.

FIJN OM TE WETEN

Moment van rust
Voorgelezen worden geeft jonge kinderen een rustpunt: ’s avonds bij het naar bed gaan, of zomaar tussendoor. Kies een fijne voorleesplek. Er zijn er genoeg: samen in een grote stoel, op kussens op de grond, in het grote bed… Zo ontstaat er een voorleesritueel: een vast moment met een vaste plek.

Een boek kiezen
Bekijk een boek goed en neem de tijd om erover na te denken. Misschien heb je eerder zo’n soort boek gehad. Bedenk hoe het voorlezen toen ging. Misschien kan je kind nu al een wat moeilijker boek begrijpen. Kijk ook wat je zelf van het boek vindt. Het moet jou ook aanspreken: samen lezen, samen pret! Kies een boek waarmee je goed kunt praten bij de plaatjes. Een kind tussen de een en anderhalf jaar vindt boeken over alledaagse dingen uit zijn omgeving interessant. Het beleeft plezier en bevestiging aan de herkenning.

Afstemmen op kinderhandjes
Kies boeken die sterk zijn. Bijvoorbeeld met kartonnen bladzijden, die kan je kind zelf omslaan. Ze scheuren niet en stellen geen moeilijke eisen aan de motoriek.
Bekijk een boek met papieren bladzijden samen en doe voor hoe je zo’n boek ‘leest’. Voorzichtig! Zo leert je kind van jongs af aan met boeken omgaan.

St. Lezen De Bibliotheken SIOB